We merken dat de populatie groene bladluizen zich door de warmere temperaturen terug uitbreidt in de percelen. Deze tendens wordt ook bevestigd in onze waarschuwingspercelen. Intussen heeft ongeveer 1 op de 5 percelen de tweede behandelingsdrempel bereikt. Volg de situatie op via onze kaart: waarnemingen groene bladluizen.
We raden daarom aan om opnieuw waarnemingen uit te voeren alvorens een behandeling toe te passen. Een behandeling is enkel aangeraden wanneer de drempel van 2 ongevleugelde groene bladluizen per 10 planten bereikt wordt. Systematische of preventieve behandelingen zijn niet altijd economisch verantwoord en moeten vermeden worden. Extra waakzaamheid is vooral aangewezen in percelen die twee weken geleden of langer behandeld werden.
Daarnaast is het belangrijk om producten af te wisselen. Het gebruik van hetzelfde middel twee keer binnen één seizoen is dikwijls niet toegestaan. Voor meer informatie over de beschikbare insecticiden en hun selectiviteit op nuttigen kan u ons artikel Insect Memo 2026 raadplegen.
Volgende middelen worden aanbevolen wanneer de behandelingsdrempel bereikt is:
- Teppeki: 0,140 kg/ha, 1 toepassing
- Gazelle 120 SL: 0,4 l/ha, 1 toepassing (niet in voederbieten)
- Sivanto Prime: 0,25 l/ha, 1 toepassing
- Durilon: 0,2 l/ha, 2 toepassingen (120-dagen noodtoelating, niet in voederbieten)
Nuttige insecten worden ook veelvuldig waargenomen. Om deze natuurlijke bestrijding tegen bladluizen te behouden raden we nog steeds sterk af om met pyrethroïden te behandelen.
Bij het registreren van uw behandelingen moet ook het BBCH-stadium van de plant genoteerd worden. De BBCH-plantstadia kan u hier vinden: BBCH Biet en BBCH Cichorei.

