Door de koude en natte omstandigheden van de afgelopen week bleef de druk van groene ongevleugelde bladluizen (Myzus persicae) erg laag op de meeste percelen. Zo werden er op bijna 70% van de percelen die de afgelopen week geobserveerd werden, geen groene ongevleugelde bladluizen teruggevonden. Op 25% van de percelen waren ze wel aanwezig, maar bleef hun aantal onder de schadedrempel.
Ten opzichte van vorige week behaalde geen enkel nieuw perceel de eerste schadedrempel voor groene bladluizen. Wel bereikten er deze week vier percelen voor het eerst de tweede schadedrempel. Door het aangekondigde warmere weer is het belangrijk om de komende periode de aanwezigheid van bladluizen goed op te volgen. Nuttige insecten werden afgelopen week reeds waargenomen op 43% van de geobserveerde velden.
Volg de situatie op via onze kaart: waarnemingen groene bladluizen.
Ondanks de afwezigheid van groene ongevleugelde bladluizen in de meeste percelen, werden er toch op 64% van de geobserveerde velden gevleugelde groene exemplaren waargenomen. Het is niet altijd eenvoudig om een groene gevleugelde bladluis te onderscheiden van een gevleugelde zwarte bonenluis, aangezien beide van bovenaf zwart lijken. Kijk daarom ook naar de buikzijde: die is (donker)groen bij gevleugelde groene Myzus persicae bladluizen en volledig zwart bij zwarte bonenluizen.
De aanwezigheid van de gevleugelde groene bladluizen, in combinatie met het voorspelde warme weer, geeft aan dat het komende dagen/week belangrijk zal zijn om aandachtig op te volgen of deze bladluizen ongevleugelde nakomelingen zullen voortbrengen.
Ongeveer 80% van de geobserveerde velden evolueert ook richting 6 bladeren en meer, wat betekent dat de nevenwerking van de zaadomhulling Buteo Start vermindert. Daarom raden we aan om de aanwezigheid van groene ongevleugelde bladluizen op de bietenbladeren nauwlettend in het oog te houden, zeker gezien de warme, droge, en dus gunstige weersomstandigheden die in aantocht zijn. Bladluizen verschuilen zich vaak in de hartbladeren, daarom is het belangrijk niet alleen de volledig ontvouwde bladeren te observeren, maar ook deze jongste bladeren zorgvuldig open te vouwen en te controleren.
Een preventieve behandeling tegen bladluizen wordt steeds afgeraden. De aanwezigheid van groene ongevleugelde bladluizen moet steeds bevestigd worden alvorens een behandeling uit te voeren. De schadedrempel blijft 2 ongevleugelde groene bladluizen per 10 planten.
Volgende middelen worden aanbevolen wanneer de behandelingsdrempel bereikt is:
- Teppeki: 0,140 kg/ha, 1 toepassing
- Gazelle 120 SL: 0,4 l/ha, 1 toepassing (niet in voederbieten)
- Sivanto Prime: 0,25 l/ha, 1 toepassing
- Durilon: 0,2 l/ha, 2 toepassingen (120-dagen noodtoelating, niet in voederbieten)
Wij raden nog steeds sterk af om met pyrethroïden te behandelen, zodat de opkomende aanwezigheid van nuttige insecten behouden blijft.
Bij het registreren van uw behandelingen moet ook het BBCH-stadium van de plant genoteerd worden. De BBCH-plantstadia kan u hier vinden: BBCH Biet en BBCH Cichorei.
Voor meer informatie over bladluizen en de beschikbare insecticiden kan u ons artikel Insect Memo 2026 raadplegen.



