Een vooropkomstbehandeling in de bieten kan nuttig zijn, maar start altijd tijdig met de FAR na-opkomstbehandelingen

In het kader van het FAR-systeem kan er een vooropkomstbehandeling (VO) worden toegepast, doch dient deze niet systematisch uitgevoerd te worden. De VO-behandeling hoeft niet op velden waar geen probleemonkruiden aanwezig zijn zoals bijvoorbeeld hondspeterselie, gevlekte scheerling, kleefkruid en grote aantallen kamille. Belangrijk dan is het tijdig uitvoeren van de eerste na-opkomstbehandeling (NO), d.w.z. bij opkomst van de onkruiden. Een VO-behandeling kan nuttig zijn als er pas laat gestart kan worden met de eerste NO-behandeling. Er bestaat bijvoorbeeld de kans dat door weersomstandigheden het veld niet toegankelijk is om de eerste NO-behandeling tijdig uit te voeren.

Indien men kiest om een vooropkomstbehandeling uit te voeren, is het aangeraden om deze max. 2 à 3 dagen na zaai toe te passen. Indien kamille de dominante flora is op het perceel kan men kiezen voor een product van het type ‘PYRAMIN’ of ‘GOLTIX’. De aanbevolen dosis voor ‘PYRAMIN’ bedraagt 2,5 l/ha en voor ‘GOLTIX’ 2 kg of l/ha. In geval van bingelkruid met evt. kleefkruid, hondspeterselie of gevlekte scheerling opteert men beter voor ‘CENTIUM’ aan 75-100 ml/ha. Als er bovendien ook kamille aanwezig is kan men hier ‘GOLTIX’ aan toevoegen aan 2 l of kg/ha. ‘FIESTA’ wordt enkel aanbevolen op gronden met hondspeterselie, gevlekte scheerling of kleefkruid aan een dosis van 3 l/ha.

Alle aanbevelingen i.v.m. de onkruidbestrijding kan men terugvinden in de FAR-memo 2019 van De Bietplanter.