Logistiek

Machinepark zaaiVeldwerkRooiBietenreceptieLaboratorium bietenraspselLaboratorium
Zaaimachine Hege
hege1
hege2
hege3

Het overgrote deel van de proefpercelen (jaarlijks ongeveer 8000) wordt gezaaid met een 6-rijige pneumatische Hege-Kleine zaaimachine. De afstand tussen de rijen bedraagt standaard 45 cm. Het merendeel van de proefpercelen wordt op definitieve zaaiafstand (19 à 20 cm) gezaaid. Bij aanleg van de proeven worden eerst dwarsgangen gezaaid, zij laten de doorgangen van sproeiers toe zonder door de proefpercelen te rijden. Daarna worden de proefpercelen loodrecht op de bewerkings- en spuitrichting gezaaid. De zaaimachine laat toe om volledig automatisch van zaad te wisselen in 2 seconden, waardoor het zaaien van 1 perceel slechts 10 seconden duurt.
Enkele foto’s

Perceelsafbakening

Na de opkomst worden de percelen op gelijke lengte gebracht door de “uiteinden” af te snijden.

Gewasbescherming : spuittoestellen

Het KBIVB beschikt over een GEP erkenning voor het uitvoeren van gewasbeschermingsproeven.

Grondboor
P1290230

Sinds enkele jaren worden voor het bepalen van de besmetting met bietencystennematoden (Heterodera schachtii) grondstalen genomen in 2 dieptelagen: van 0 tot 30 cm en van 30 tot 60 cm.
Hiervoor beschikken we over een pneumatische boor die op een aanhangwagen gemonteerd is.
Bij het nemen van de stalen worden de beide dieptelagen automatisch in 2 bakjes verdeeld.
Enkele foto’s

EVoGIL

Vóór het rooien van de proef worden de dwarsgangen gerooid waardoor er een scheiding van ongeveer 3 meter tussen de percelen is. Het rooien van de percelen gebeurt in 2 fasen. In een eerste fase worden met de EVoGIL de bieten ontbladerd. De bieten van de eerste en de zesde rij worden daarna met een kopmes bijgekopt. De bieten van de vier middelste rijen worden verder ontbladerd door middel van roterende schijven met rubbers, met als resultaat de zogenaamde “kale bieten”. Met dezelfde machine worden daarna rij 1 en 6 gerooid. Deze boordrijen worden niet in het proefperceel mee opgenomen om een eventuele beïnvloeding van het naastliggende perceel te vermijden.
Enkele foto’s

Edenhall

Daarna worden de 4 resterende rijen van het proefperceel gerooid met een getrokken 4-rijige rooier van het type Edenhall 734. Het rooi- en reinigingssysteem bestaat uit 4 trilscharen, 3 grote reinigingszonnen, een rollenbed met 7 rubberen rollen en een opvoerketting. De originele bunker van Edenhall werd vervangen door een carrousel met daarop 6 paletten. Op elke palet staan 4 kisten (max. 120 kg). De bieten van één proefperceel worden via een draaibare trechter in de kisten gelegd. De 4 middelste rijen komen volledig in de bak terecht, we werken niet met substalen. Hierdoor verkrijgen we het meest correcte tarrapercentage per variëteit.

Vernieuwing rooisysteem in 2000 (klik hier om er meer over te weten …)

Bietenreceptie
De bieten worden bij aankomst een eerste keer gewogen. Op dit moment scant een medewerker de identificatiecode die overeen komt met het perceeltje waar de bieten vandaan komen. Zo kunnen de gewichten en verdere analyses door het computersysteem bij het correcte object geplaatst worden.
Na een passage door een wastrommel, worden de bieten een tweede keer gewogen. Het verschil tussen dit gewicht en de eerste weging, wordt gebruikt om het tarrapercentage te berekenen. De wastrommels en het procedé voldoet aan exact dezelfde eisen als de systemen in de suikerfabrieken (afgesproken in interprofessionele akkoorden).
Vier medewerkers koppen de kale bieten op de correcte manier bij. Door kale bieten te rooien (niet ontkopte) en manueel te koppen, zijn we zeker dat we het maximale potentieel van de biet rooien (geen overontkopte). Een derde weging van de ontkopte bieten geeft het uiteindelijke nettogewicht dat gebruikt zal worden bij verdere berekeningen voor suikeropbrengst, wortelopbrengst …

Voordat de analyse van suikergehalte kan starten, passeren de bieten een rasp. Deze zeer snel draaiende schijven snijden de bieten in schijven. Het raspsel dat door deze snel draaiende schijven gecreëerd wordt, wordt opgevangen. De kenmerken van deze schijven werden ook vastgelegd in de interprofessionele akkoorden. Na intensief mengen door een geautomatiseerd systeem, worden drie substalen genomen voor verdere analyse. Er wordt getracht om deze bakjes zo snel mogelijk in een diepvriezer te plaatsen, want blootstelling aan lucht en warmte leidt tot oxidatie.
Vernieuwing van de bietenreceptie (klik hier om er meer over te weten …)
Laboratorium bietenraspsel
De voorlaatste stap in het proces is het voorbereiden van het staal voor analyse. Het staal wordt vermengd met aluminiumsulfaat opdat suiker en andere elementen in oplossing komen en de onzuiverheden neerslaan. Het filtraat van deze oplossing zal geanalyseerd worden.
analyseren
Tot slot wordt de oplossing in het analysetoestel gegoten. Dit toestel bepaalt niet alleen het suikergehalte maar ook het gehalte natrium, kalium en alfa-aminostikstof. Recent is het toestel verder uitgebreid zodat we ook glucose (invertsuiker) kunnen meten. Alle analysegegevens worden automatisch opgeslagen in een databank via de identificatiecode. Nu rest nog enkel de cijfers te analyseren om deze uiteindelijk als opbrengstcijfers te publiceren in « De Bietplanter »of te communiceren tijdens voorlichtingsvergaderingen.
HPLC
Zaadkaliber beeldanalyse
Zaadteller en Bonner
Zaadanalyse kiemkracht op filter
Nematodentelling met beeldanalyse
systeem_microvision
systeem_microvision_microscope

systeem_microvision_screen